Huisje, boompje, beestje, straatfeestje

Afgelopen weekend was het eindelijk zo ver. We moesten er drie lockdowns op wachten sinds we hier kwamen wonen, maar eindelijk was er voldoende vrijheid en goed weer om een straatfeest te organiseren. Hoewel we door de hoekligging van ons huis volgens de gemeente officieel in een andere straat liggen waren we als nog van harte welkom. Fijn om te horen dat niet alleen de verdwaalde pizza en postNL bezorgers vonden dat we eigenijk meer bij deze straat hoorde.

Vanuit ons slaapkamerraam zagen we in de ochtend al een groot springkussen ontvouwen. Vanuit alle huizen kwamen stoelen, tafels, hapjes, drankjes en spelende kinderen en al snel stond iedereen gezellig met elkaar te kletsen. Ik stootte Chris aan en kreeg een bevestigende knik terug. Dit was een van de redenen waarom we een aantal jaar geleden waren verhuisd.

Hoewel ons appartement hiervoor (gelukkig) op terug-rol afstand van de kroegen lag en we ons er meer dan thuis voelde, merkte we beiden dat het tijd werd om iets anders te zoeken. Meer slaapkamers, meer verdiepingen, meer huisje, boompje, beestje. Vooral ook omdat we in die tijd serieuzer begonnen te praten over het idee van een eigen kleine hummeltje. Nu 2,5 jaar later kunnen we met trots zeggen dat we een groot deel van dat lijstje kunnen afvinken. Een huisje waar we ons thuis voelen, een appelboompje die sinds dit jaar ook echt appels geeft en een dikke rode kater die de rol van “beestje” speelt.

Ook de buurt zelf was een grote plus toen we de keuze maakte om hier neer te willen strijken. Veel mogelijkheid voor kinderen om te spelen, veel groen om tegenaan te kijken en veel jonge gezinnen met kinderen. Dat laatste was even spannend met het straatfeest, omdat je toch even twijfelt of je wel mee kan praten. Gelukkig was iedereen niets anders dan vriendelijk en alleen maar enthousiast en geïnteresseerd in onze kinderwens en hadden we meer dan genoeg dingen om met z’n allen tot laat in de avond door te kletsen.

Erg blij en gelukkig rolde we daarom helemaal aan het einde van de dag na flink wat drankjes en veel geklets terug vanaf het huis van de buren naar dat van ons zelf. Stiekem toch wat korter rollen dan vanuit de kroeg.

Rond, rond, rond

Netjes in een rij lopen de buurmeisjes naar het voetbalveldje tegenover ons huis. Ze zullen een jaar of 9, 10 zijn. Allemaal een stokpaardje in de hand, niet zo’n houten ding van vroeger, nee, deze hebben zo’n lekker zacht pluche paardenhoofd voorop. Ze verzamelen zich bij de poort en het meisje dat (waarschijnlijk) op paardrijden zit maakt zich los van de groep en maakt met grote gebaren duidelijk wat ze gaan doen. En een paar minuten later zie ik ze gaan, in de rondte, keurig in galop.

Het is een tafereel dat zich sinds de zomer in het land is gekomen bijna wekelijks, soms dagelijks, voortdoet. Onder strak regime van dat ene meisje gaan ze soms wel uren door. En ik kan er ook uren naar kijken. Het gaat maar rond, rond, rond, de zon schijnt op hen, en op mij. Hun ritme en de warmte drijven me altijd weg naar later. Rond, rond, rond.

Later, wanneer we misschien zelf een dochtertje hebben dat met hen mee draaft, het hoofd van haar paardje aait om het weer rustig te krijgen. Een paardje waar ze natuurlijk ontiegelijk trots op is want ze heeft er moeite voor moeten doen; een van haar papa’s had haar natuurlijk geen stokpaardje willen geven. Hij had gezegd dat ze het eerst mocht oefenen met een bezem, kijken of ze het echt zo leuk vond. Een bevestiging voor haar dat grote mensen weer eens niets weten. Een bezem en een paard zijn natuurlijk twee verschillende dingen dus dat zou niet werken. Mokkend had zou ze aan tafel hebben gezeten, waarschijnlijk bij opa en oma want daar waren ze toch al snel drie keer per week. En daar zou oma haar ten hulp hebben geschoten, haar vaders omgepraat en zelfs hebben meegezocht naar een mooi paardje voor haar. Die oma’s toch.

Ze zou de volgende dag naar de buurmeisjes zijn gerend, gloeiend van trots, spanning en misschien een beetje angst. Misschien zou haar paardje wel te mooi zijn en mocht ze niet mee doen? Of had ze al eerder mee moeten hebben gedaan en was ze nu te slecht?
Maar de buurmeisjes zouden haar natuurlijk met open armen ontvangen, zeggen dat ze een mooi paard had, en wat had ze er een mooie naam voor bedacht! Ze mocht meteen meedoen, vooraan in de cirkel, recht achter het meisje met ervaring. Ze zou waarschijnlijk beginnen met het verkeerde been, net zoals papa, en waarschijnlijk struikelen. Maar dan zou ze haar papa’s achter het raam zien staan die duimen naar haar opstaken en om hen trots te maken weer op staan, haar knieën afkloppen en weer terug in het gelid staan. En ze zouden weer gaan, eerst rustig en dan steeds sneller, en sneller en sneller. Rond, rond, rond, rond…

Een van de moeders roept dat het etenstijd is, de meisjes gaan weer naar huis en ik ben weer terug in de werkelijkheid. Terug bij het besef dat de buurmeisjes en ik vooralsnog een ding gemeen hebben;

We fantaseren graag.

Help mijn vriend wil een kind!

Normaal gezien is dit al een titel die duid op een probleem, alleen zit bij ons de vork net wat anders in de steel. Want waar hij graag een kind wil, wil ik het (als dat kan) nog meer. Dat, en hij vindt dat ik hem “mijn verloofde” moet noemen en niet meer “mijn vriend”. Maar dat is weer een ander verhaal.

Chris, mijn vriend, en ik (Sander) hebben het al sinds dat we samen zijn over ooit het krijgen van een kind. In het begin van de relatie waren het vooral gesprekken over alle leuke dingen zoals wat je het liefst zou willen, hoeveel kinderen, de honderd ideeën over hoe de kinderkamer er uit zou gaan zien en hoe ontzettend veel we van ze zouden houden. Maar nu we sinds 1,5 jaar bezig zijn met het hele proces van hoe echt die kinderwens te verwezenlijken zijn we met veel serieuzere onderwerpen bezig.

Waar de meeste stellen na 1,5 jaar proberen gaan denken aan een bezoekje aan een fertiliteitsarts, kunnen wij zelf ook wel zonder de medici er bij te halen de vinger op de zere plek leggen. Als enkel twee mannen bij elkaar kom je niet tot een kind. Hoe graag je het wil en hoe veel je ook van elkaar houd. Daarom zijn we nu de afgelopen 1,5 jaar meer bezig met hoe we ons wel ouders van een kleine ukkepuk zien worden.

Na alle opties naast elkaar gelegd te hebben (adopteren, pleegzorg, co-ouderschap etc.) kwam voor ons al snel naar voren dat als we ooit het geluk zouden hebben om een kind te krijgen, we het via draagmoederschap zouden willen. Een lang, intensief en duur proces waar we de afgelopen 18 maanden een groot deel van onze tijd en energie in hebben gestoken.

Het vinden van iemand van wie je zo iets groots vraagt en nog iets groters voor terug krijgt is hetgeen waar wij en waarschijnlijk vele andere tegenaan lopen. Om die reden dachten we, waarom schrijven we het niet op. Elke week een stukje over hoe ver we zijn en of we al wat verder zijn gekomen en ook met de stille hoop dat iemand dit leest en bij zichzelf denkt “Daar zou ik misschien wel mee kunnen helpen”.

Dus bij deze, het eerste bericht in een waarschijnlijk lange reeks van berichten over onze zoektocht en hopelijk ooit ook over het verwezenlijken van onze wens om vaders te mogen worden.