Shoot

Afgelopen zondag was het natuurlijk Moederdag. Een vreemde dag voor de gemiddelde homo met kinderwens. We houden van onze moeders dus willen het voor hen groots vieren, en tegelijkertijd is het een dag die eert wat niet bij ons thuis woont. Hoe los je dit op, die dualiteit van binnen? Heel makkelijk; je doet een bruiloft fotoshoot!

Nou moeten we wel eerlijk vertellen; de shoot was niet ons idee. Een super leuke fotografe uit België benaderde ons via Instagram en we konden niet anders dan meteen ja zeggen. Natuurlijk zijn we beide geen professionele modellen maar dat was ook niet nodig. Het was een workshop voor fotografen die hun portfolio wat wilde uitbreiden, dus hoe dichter bij de onbekwame awkwardness van een fotoshoot hoe beter!

Om niet belachelijk vroeg op te moeten staan plakte we eerst n nachtje de Panne er aan vast, ook nog meteen even n echt lekker vakantiegevoeletje op de valreep. Het begon om negen uur en hadden niet kunnen slapen door de zenuwen dus we stonden ons alsnog veel te vroeg in ons pak te hijsen, maar dat ter zijde. Met n mooi pak aan let niemand op de wallen hoopten we. En mooie pakken hadden we (met dank aan de bruiloft van Sander z’n zusje)!

Bloedzenuwachtig liepen we naar de locatie waar we warm binnengehaald werden door een ander model voor de dag; een prachtvrouw in een pak waar we jaloers van werden. Super goed voor onze zenuwen natuurlijk. Maar ze stelde ons snel op ons gemak met koffie en gezelligheid om ons vervolgens aan nog drie andere modellen voor de dag voor te stellen. Gelukkig was iedereen daar net zo zenuwachtig als wij en hoefden wij geen trouwjurk aan dus waren we tenminste comfortabel awkward.

En toen mochten we naar de locatie. Er waren vier settings opgezet, voor elk bruidspaar een. Een van de “bruidjes” mocht de ijskoude zee inlopen, een ander moest haar jurk in bedwang houden vol in de harde zeewind, de vrolijke pak-draagster en haar vrouw moesten door de duinen rennen en wij mochten ons nestelen op een picknickkleed omringt met fruit en champagne om te poppen. We hadden het zwaar. Zwaar genieten welteverstaan.

En toen begon het echte werk; de shoot. In koppels kwamen fotografen om onze “trouwshoot” te doen. We mochten de champagne laten spuiten, elkaar het fruit voeren en aan elkaar “poep” zitten (de fotografen waren Belgisch). Het zonnetje scheen, we hadden de zee op de achtergrond, elke wandelaar die passeerde feliciteerde ons, we vergaten bijna dat onze bruiloft pas over een paar maanden is. Het was echt genieten.

Toen de shoot eenmaal klaar was moesten we snel en kapot moe door naar m’n schoonouders die een “voederdag” brunch op de planning hadden staan, wederom enorm genieten. En terwijl ik dit schrijf ligt er een baby op m’n schoot te slapen. En dat is echt nog meer genieten. Het is jammer dat m’n schoonzusje haar terug wil.

Feest

De afgelopen week was het dubbel feest. Als eerste was onze koning jarig. Nou zijn we niet per se groot koningshuis aanhangers, maar een reden om een feestje te vieren slaan we natuurlijk niet over. Met koningsnacht zijn we dit jaar nog even thuisgebleven. Niet omdat we te oud worden, hoewel iemand ons pas nog vergeleek met fossielen, maar omdat we een logé hadden. Hoewel we beiden graag nog de stad onveilig willen maken, ruilde we dit jaar het flesje bier om voor een flesje melk. ’s Ochtends een stuk frisser wakker worden en gelijk een warm knuffelig mannetje tegen je aan…. 10/10 een aanrader!

Op koningsdag lonkte het mooie weer toch meer en ben ik nog even de stad in geweest. Het doel van de dag zou worden om misschien toch iets van een tweedehands tripp-trapp-stoel ergens van een kleedje op te pikken. Een klein beetje nesteldrang, maar vooral praktisch omdat er steeds vaker kleintjes over de vloer komen nog niet op een normale stoel kunnen. Omdat ik pas na de middag in de stad belande was er van de markt helaas al vrij weinig over. Nou was het sowieso al een kleine kans dat iemand zoiets op een rommelmarkt te koop zou aanbieden, dus toen de kleedjes werden ingeruild voor een terrasje was het leed al gelijk genoeg verzacht.

Het tweede feestje deze week was ons de verjaardag van Dodo. Terwijl ik dit aan het schrijven ben ligt hij heerlijk een dutje te doen in zijn mand om bij te komen. Ook Chris moest er nog even van bij komen, dus die ligt iets verder op de bank hetzelfde te doen. Tja, fossielen hè. We hebben het natuurlijk niet te laat gemaakt want onze kleine rooie bolle vriend is ook pas twee geworden, maar hij heeft zeker genoten van alle extra snoepjes, speeltjes en geknuffel.

Als laatste zijn we deze week begonnen met iets feestelijks voor na de zomervakantie samen met het COC en andere organisaties. Maar meer informatie over dat feestje laat nog eventjes op zich wachten. Hopelijk binnenkort meer.

Roze wolkje?

Onderweg naar huis van Pasen bij de familie van Chris in Maastricht kregen we met stipt de liefste reactie op onze blog tot nu toe. Omdat we allebei lichtelijk in shock waren van de inhoud, duurde de rit naar huis iets langer omdat we twee afslagen verder pas weer besefte waar we reden. Iets wat niet per se erg was, want hierdoor hadden we wat extra tijd om het binnen te laten komen voor we eindelijk thuis aan kwamen.

Het bericht in kwestie was van een vrouw een stuk hoger in ons land, die al een tijdje onze blog met enthousiasme en liefde volgde. Gedreven door wat ze las (en wat wij alleen maar kunnen beschrijven als pure goedheid) had ze de stoute schoenen aangetrokken om ons te berichten dat zij ons eventueel wilde helpen om samen een kind te krijgen. Ik denk dat iedereen nu wel snapt dat dit inderdaad genoeg reden is om de afslag bordjes ” ‘s-Hertogenbosch” voorbij te rijden.

Omdat je gelukkig maar één persoon nodig hebt om een auto te besturen, had ik mijn handen vrij om direct een mailtje terug te sturen. Een korte berichtje dat we het een super lieve reactie vonden en dat we morgen uitgebreider zouden terug reageren. Dit deels vanwege het feit dat het tegen middernacht aan liep, maar ook omdat we nog niet echt wisten hoe we hier op konden reageren. En zo hebben we de rest van de rit geen autoweg of borden meer gezien, maar zweefde we op ons roze wolkje richting huis.

De dagen er na hebben we kort gemaild en zijn we snel over gegaan op app-berichtjes. Nadat we elkaar meer en meer leerde kennen kwamen we er helaas achter dat we niet zouden uitkomen op het punt waar we hoopte samen naar toe te werken. Dat was even een flinke domper om het even net te verwoorden. Maar we mogen ons als nog wel super gelukkig noemen. Want van de andere kant van de telefoon is sinds dat de kogel door de kerk was niks dan nog meer liefde gekomen.

Hoewel het tussen ons op het gebied van kinderen helaas niets zal worden, hebben we er een heuse cheerleader bij. Ze heeft ons laten weten dat ze als nog enorm met ons mee hoopt dat er iemand op ons pad komt en op deze manier duidelijk hoopte te maken dat we met alles wat we doen echt wel mensen weten te bereiken die door verhalen zoals die van ons misschien ook die drempel over durven om ons een berichtje te sturen.

Alle die liefde heeft er voor gezorgd dat we niet met een al te harde klap ter aarde storten toen onze roze wolk verdween. Voor nu wel even met beide voeten op de grond, maar zeker omhoog kijkend op zoek naar nieuwe roze bewolking. En vanaf nu met het idee dat we niet alleen kijken, maar dat er zeker één iemand met ons mee kijkt.

Paasvreugd

Wat was het toch weer een lekker lang weekend, en wat hebben we er van genoten. De families kwamen samen, het weer zat mee, de tafel stond vol en de glazen stroomden over.

We begonnen bij de familie van Sander, daar komt de paashaas immers nog eieren verstoppen, waar de kinderen vol ongeduld wachtte tot de groep compleet was. Terwijl de volwassenen aan de koffie en de eerste borrelplank begonnen rende het grut de tuin rond in de hoop afleiding te vinden. Om de beurt werd een passend familielid van de zetel gesleurd om van hen een spelletje te verliezen. We hebben gemerkt dat kinderen hier bijzonder gehaaid in zijn en als echte roofdieren de zwakste uit de kudde weten te vissen. Zo stond ik een half uur wanhopig tegen een bal te trappen (haha, ome Chris kan echt niet voetballen), mocht Sander schaken (neeheeeee, pionnen mogen niet naar achter slaan) en werd oma met knuffels afgeleid zodat er chocolaatjes konden worden gepikt.

Toen de club na uuuuuuren voetballen (zo voelde het althans) compleet was moest iedereen naar binnen en werden eieren verstopt. Stiekem vind ik dat dus als ras-sadist altijd het leukste moment. De anticipatie op het vinden van die eieren wakkert in elk kind zo’n kwaadaardig genie aan of zo. Er worden plannetjes gesmeed om te meeste eieren te vinden, of juist de ander te saboteren zodat die in ieder geval minder eieren vindt, dealtjes gesloten en dreiging uitgesproken. Ze worden steeds gemener, steeds gekker en steeds geniepiger lijkt het wel. Halverwege het wachten verwacht je eigenlijk dat er spontaan horentjes ontspringen boven die engelenbekkies. Heerlijk. En dan gaat eindelijk die deur open, stormen alle kinderen naar buiten en hoor je de eerste ‘IK ZIE ER AL EEN, DIE IS VOOR MIJ!!!’ gevolgd door de eerste ‘HA HA IK HEB HEM LEKKER TOCH EERDER!!!’. Met alles wat ik binnen had gehoord zou ik haast verwachten dat er een oorlog zou ontstaan, maar na ter orde te worden geroepen door oma verliep de hele zoektocht zonder problemen. Het enige gegil dat te horen was kwam van Sander, die kreeg namelijk een spin in z’n nek.

Als de mandjes eenmaal vol zijn worden alle eieren uitgepakt, en dan begint dus het echte genieten; het opeten. Niet door de volwassen, nee zeker niet, elk kind let goed op dat de 5 kilo chocola in hun eigen mond verdwijnt en vooral niet in die van opa. Nee, het genieten voor de volwassenen begint daarna pas; na alle hectiek van het zoeken en het snoepen duikelen de kinderen lekker in hun suikercoma en vleien zich dan zo heerlijk op je schoot. Als je eerder horentjes verwachtte zouden er nu echt aureooltjes moeten verschijnen.

Met de zon op onze gezichten en de uitgetelde kinderen op onze schoot dacht ik even dat het niet nog beter kon. En toen drukte m’n neefje half slapen een half gesmolten ei in m’n handen. ‘Deze heb ik voor jou bewaard ome Chris. Niet tegen opa zeggen’. Nou toen smolt ik meer dan het ei zelf.

Weekend

Het is weer maandag. Voor sommige mensen is het vandaag wereld parkinson-dag of het start van de week van de overgang, maar voor ons is het vooral weer de dag dat het weekend voorbij is. Afgelopen weekend was ik voor het eerst weer eens in de kroeg. Het was wel weer even wennen om zo veel mensen tegelijk te zien en vooral ook om nieuwe mensen te spreken. Wat ook even wennen was, was dat vreemden ook vroegen waarom we dan kinderen wilden. Niet omdat ik de kroeg rond bazuinden dat we bezig zijn, zo erg ben ik nog net niet. Nee, dat was de plotse taak van de vriend met wie ik mee was. Klassiek gevalletje van “waar je mee om gaat raak je mee besmet”. Hij vond het erg belangrijk dat iedereen het wist.

De mensen die ons al langer kennen weten dat we graag een gezin willen starten. Omdat ze ons al zo vaak in de weer zien met kinderen is de vraag “Waarom?” eigenlijk nooit echt opgekomen. Daar aan de bar met harde muziek en dansende mensen was dat begrijpelijk wat minder duidelijk. Gelukkig is het voor ons al een hele tijd erg duidelijk waarom, dus was het ook makkelijk om zelfs wat wild vreemden enthousiast te krijgen.

Wanneer Chris en ik mogen oppassen, op verjaardagen of gewoon bij familie met kinderen zijn voelen we ons het gelukkigst. Nou is je eigen geluk misschien niet de beste reden om een kind te willen, maar het gaat hier dan ook niet per se over ons geluk. Het geluk zit ‘m vooral in het enthousiasme dat er is als we binnen komen, in het blij zijn dat ze mogen blijven logeren, maar ook het kunnen troosten als eigenlijk niets meer goed is en het misschien toch wel moe genoeg zijn om te slapen als een van ons er bij komt liggen.

Voor mij is daarom het weekend al een hele tijd niet meer uitgaan en uitslapen. Elke zaterdag sta ik om acht uur naast mijn bed om te kunnen ontbijten met de hele familie. Dat betekend lekker aan tafel zitten en horen hoe de week op school was voor de een, hoe de voetbal wedstrijd was voor de ander en knuffelen met een kleine lachebek die voor nu nog niet heel veel heeft te vertellen. Ik kijk zelfs nu op de maandag al weer uit naar de 1000ste vraag van mijn nichtje of Dodo heeft gepoept. Wat gelukkig altijd met ja wordt beantwoord en elke keer weer beantwoord wordt met een lachende “Ieuw”, voordat ze het daarna weer aan iedereen doorverteld alsof het, het belangrijkste nieuws van de week was.

Chris kan ik ook steeds zien genieten van de kinderen om hem heen. Ook al is hij er in het weekend niet altijd bij, wordt er wel steevast door alle kleintjes gevraagd of ie “echt nu al weer moet werken” en of ze mogen logeren als ie dan binnenkort wel weer vrij is. Voor Sebas is dat logeren altijd te lang wachten, dus moet er minimaal één keer per week geface-timed worden, zodat ie nog even alles ook aan hem kan vertellen en laten zien.

Waarom we kinderen willen? Omdat alle dingen die zij zo leuk vinden, wij nog leuker vinden om met hen te doen. Omdat we hopen ooit zelf een klein hummeltje te mogen verwelkomen die we elke dag mogen zien opgroeien, die zich veilig genoeg voelt om alles te vertellen, die we zo veel mogelijk kunnen geven om zo fijn en liefdevol te mogen opgroeien. Tot die tijd hebben we altijd nog het weekend. Nog maar vijf nachtjes slapen.

Informatie middag

Waar we het twee weken geleden nog hadden over blijven zitten, hadden we afgelopen weekend als het ware de introductie dag van ons nieuwe jaar. De organisatie zwanger voor een ander had een informatie middag over draagmoederschap. De afgelopen jaren hebben we soortgelijke informatie bijeenkomsten bijgewoond van meer dan gewenst. Door corona was alles tot nu toe digitaal, maar deze keer mochten we eindelijk weer eens samen komen in Utrecht.

Onderweg naar Utrecht kwamen we voorbij twee ooievaren die midden op de aanwijzingsborden hun nest aan het bouwen waren. Nou zijn we geen van beide grote gelovigen in het boven natuurlijke zoals tarot kaarten en voortekenen, maar dit was toch ergens wel iets wat onze aandacht trok. De ooievaar die normaal de kleine hummeltjes komt afgeven, probeerde nu z’n nest bouwde op een heel bijzonder plekje. Op z’n minst konden we ons inleven in de dappere poging die ze deden.

Bij mensen die blijven zitten heb ik altijd een beeld in mijn hoofd van onderuit gezakte studenten die geeneens de tijd nemen om hun jas uit te trekken omdat ze eigenlijk niets geven om wat er verteld wordt. Wij zelf zaten er echter meer bij als het lievelingetje van de juf. We hadden deze keer geen kladblok in de hand, maar er zijn menig aantekening gemaakt in de notitie apps van onze telefoons.

Bij de sprekers van deze keer zaten twee mannen die spraken over hoe ze hun kinderwens in vervulling hadden zien gaan. De een via laag-technologisch (potje, spuitje, benen omhoog) en de ander hoog-technologisch via een agency in Canada (vliegtuig, ziekenhuis, rietjes). Hoe alles in z’n werk gaat wisten we al door eerdere bijeenkomsten dus de plastische verhalen konden ons niet meer doen afschrikken.

Het fijne aan dit soort bijeenkomsten en verhalen is dat je hoort hoe het voor anderen was om het hele proces door te lopen, waar je zelf nu midden in staat. De ervaringsverhalen met de ups en de downs en wat je kan verwachten zijn keer op keer fijn om te horen en zeker herkenbaar. Ook verhalen van draagmoeders en zeker de kinderen van draagmoeders waren ook deze keer ook erg waardevol. Als je hoort hoe het “van de andere kant” wordt ervaren gaan je ogen ook elke keer weer open voor dingen die je anders misschien zou vergeten als je ooit op het punt komt dat je iemand ontmoet.

Een geslaagde introductie dag zullen we maar zeggen. En naast dat we weer gezellig hebben kunnen bijkletsen met bekende en nieuwe wensouders over hun ervaring van afgelopen tijd, hadden we nog meer dan genoeg stof om over verder te praten in de auto rit naar huis. Een van de weinige stille momentjes viel toen we weer langs het gek geplaatste nest reden. Even omkijken of alles nog wel goed ging.

En gelukkig zaten ze er nog allebei. Ieder even uitrustend op een lantaarnpaal in de buurt. Vast trots kijkend naar het hard geleverde werk om een nest te bouwen op een bijzonder plekje.

Vredig

De afgelopen week hadden we een afleiding van onze kinderwens; mijn opa overleed. Op 95 jarige leeftijd, na een heel kort ziektebed en in het bijzijn van zijn kinderen, een beter afscheid had hij niet kunnen wensen.

En een betere rouwperiode had mijn familie tot dusver ook niet kunnen wensen. Hoewel een overlijden natuurlijk altijd droevig is zien we ook de rust en vrede die opa had met het hemelen, en dat het beter was voor hem. We laten alleen weinig tranen, en als we die laten zijn er altijd wel broers/zussen/kinderen bij die een schouder kunnen bieden. Het is iets wat we als familie samen doen, ook weer iets waar we allen alleen maar vrede in kunnen vinden.

Met z’n allen op zoek naar een mooie foto voor de dienst vloog een foto voorbij met opa en de kinderen van m’n nichtje. Even maakt het gemis plaats voor jaloezie. Een kort moment vond ik het erger dat hij is gegaan zonder dat ik en Sander hem aan een achterkleinkind konden voorstellen. Dat hij nog niet had mogen gaan, dáárom. Heel egoïstisch van me, en gelukkig was het ook maar een heel kort moment. Hoewel die gevoelens geen plek hebben in het hele proces zijn ze natuurlijk wel logisch. Ons kind bestaat nog niet eens en we houden er nu al zoveel van, natuurlijk hadden we dat ook met mn opa willen delen.

Gelukkig hebben we een foto kunnen vinden waar we geen van allen steken van jaloezie kregen dus komt het goed met de dienst. En opa geloofde heilig in de hemel, dus nu hij daar is kan ie in de toekomst naar beneden kijken en vast genieten van z’n achterkleinkind, laten we ook maar vrede vinden in dat idee.

Blijven zitten

De laatste tijd zijn er steeds meer stellen om ons heen die een draagmoeder hebben gevonden. Sommige ver weg in Canada of Amerika, anderen wat dichter bij huis. Als je zelf dan nog zo druk bezig bent met zoeken zoals wij voelt het soms alsof je bent blijven zitten terwijl de rest wel geslaagd is. Gelukkig loopt er naast onze zoektocht naar een draagmoeder nog een andere zoektocht die soms even die nodige afleiding geeft. Het plannen van een bruiloft.

Sinds afgelopen zomer zijn we af en aan druk bezig met het plannen. Net als iedereen die door corona afgelopen jaar niet het feest konden vieren zoals ze wilde, moesten we als eerste op zoek naar een locatie. Check. Ik zeg check omdat we (lees ik) een enorme lijst aan regel dingen hebben die afgevinkt moeten worden. Ik vindt het heerlijk als alles overzichtelijk in lijstjes en tabelletjes staat en Chris houd er van als ik het zo overzichtelijk houd dat hij niet elke 5 seconde hoeft mee te kijken naar pakken, bloemen, BABS’n en het feit dat het op het woord baby lijkt….. Maar terug naar de bruiloft.

Omdat ik het graag zo georganiseerd en gestroomlijnd mogelijk houdt komt het nu vooral op pakken, ringen en uitnodigingen aan. Pakken deels check, ringen soort van check, uitnodigingen verre van check. De meningen zijn nogal verdeeld over hoe het eruit komt te zien en wat er op komt te staan. Ergens ook wel handig want een verschil in mening zorgt voor extra lange afleiding. Voor het geboorte kaartje is er nu al minder discussie, die zou in principe al met een jongens en meisjes naam naar de drukker kunnen….. Maar wederom terug naar de bruiloft.

Het is fijn om nu al die maanden van tevoren alvast alles zo goed als vast te hebben staan. Voor een stel verloofden die graag precies weten wat ze moeten doen en waar ze aan toe zijn is het ook wel een must. Klein minpuntje is dat er daardoor iets minder afleiding over blijft voor momenten zoals dit. Bij het denken aan een pak gaat je gedachten toch snel weer naar de te schattige kinderkleding van de HEMA en ja bij het zoeken van een fotograaf, bleven we toch ook wel iets te lang hangen bij het tabje geboorte en gezinsfotografie.

Tja wie met z’n gedachten niet totaal bij de les is, blijft zitten. Maar wat is nog een jaartje als het ook het jaar is dat we elkaar het ja-woord mogen geven en het allemaal mogen vieren met vrienden en familie. Het huiswerk voor het komende jaar is alvast gedaan, ook dat lijstje is stiekem al grotendeels klaar, nu alleen nog maar wachten tot we mogen beginnen met afvinken. Dit jaar slagen we vast. Wie weet wel cum laude.

En in dat huis daar woont een muis

Afgelopen week waren we vijf jaar samen. Daar waar mensen met kinderen een klein knutselwerkje krijgen, kregen wij van ons kattenkind een muisje. Een levens muisje. Chris en ik hebben elkaar corona gegeven…. Vet romantisch.

Het muisje in kwestie leeft op het moment onder onze bank. Het is het tweede levende muisje wat Dodo mee naar huis heeft genomen. Schijnbaar heeft onze reactie op Muistro (het beestje moest een naam hebben) hem doen denken dat we zo trots waren dat Muissolini het perfecte jubileumcadeau zou zijn. Mijn reactie zal het alvast niet zijn geweest, want ik zit na een halve week nog steeds met opgetrokken benen het grootste gedeelte van de dag op de bank. Hoewel corona daar ook wel z’n rol in zal spelen.

Gelukkig waren er dankzij het supersnelle internet een dag na het intrekken van Muissolini al diervriendelijke muizenvallen in het huis. Ik ben geen fan van onze nieuwe bewoner, maar het zelfde lot als Marie Antoinette wens ik geen enkel levend wezen toe. Heldhaftig als dat ik ben op het gebied van kleine kruipers heb ik geopperd dat als hij gevangen wordt ik ‘m dan wel buiten zet. Als we namelijk ooit op het punt komen dat er een ander soort kleintje door het huis heen kruipt, wil ik niet dit soort irreële angsten aan hem of haar door geven.

Op het gebied van enge films ben ik al wel zo ver dat ik gerust midden in de nacht onder het bed naar monsters durf te zoeken en spinnen durf ik tegenwoordig met een glas en een papiertje weer buiten te zetten. Dus als mijn kinderen niet de gekke angst overnemen dat de voordeur niet goed op slot is gedaan, wordt Muissolini mijn laatste stap richting die stoere papa die nergens bang voor is.

Voor nu kan ik nog even schrikken van het gepiep van onder de bank. Nog niemand aan de horizon die samen met ons een gezin wil gaan starten. Dus misschien laat ik het deze keer nog even bij degene van ons twee zonder muizen angst om te testen of de diervriendelijke val ook echt Sander-vriendelijk genoeg is. Ik grijp mijn kans wel bij Muis Verstappen, Micky Muis of Muislyn Monroe. Tot die tijd houd ik het veilig bij beschuit met muisjes. Die zijn in ieder geval Sander-vriendelijk genoeg.

Klyn Knilliske

‘T is nog maar een paar dagen. Volgende week veranderd Den Bosch eindelijk na een paar jaar wachten weer in Oeteldonk. Eindelijk weer een kwèkfestijn, een intocht, een optocht en weer een kieltje aan. Maar hoe erg m’n rood, wit en gele bloed kruipt waar het niet gaan kan, blijven we dit jaar thuis, veur de buis, mee bei ons bene op de bank. Volgend jaar weer lekker feesten, maar nu nog even geen polonaise aan mijn lijf.

Al ruim 10 jaar vier ik carnaval in Oeteldonk en Chris tikt ook al weer de 5 aan. Het is dan ook niet gek dat we elkaar destijds met carnaval hebben leren kennen (is het trouwens CARnaval of carNAval?). Als je gaat kijken naar de dingen in ons leven die drastisch zouden veranderen na het krijgen van kinderen, komt carnaval toch zeker wel dicht bij een podiumplek. Tot nu is het namelijk altijd een zoete inval geweest van vrienden die het mee willen vieren. En omdat het overgrote gedeelte tegenwoordig boven de rivieren woont, is de herberg vaan van vrijdag tot en met woensdag vol.

Met een klyn Knilisske (of Hendrientje) erbij wordt er waarschijnlijk wat minder aan de tap gehangen. Want een poepluier in de vroege ochtend is zonder kater al niet echt onze favoriete bezigheid. Logeren bij mijn ouders zit er bij mijn ouders niet echt in, want ook die gaan een paar dorpen verderop in d’n Birrekoal graag even van de sfeer proeven, of maken gebruik van de vrije tijd om naar de zon te reizen. En ja nu de kroeg open is, zijn de meeste grenzen dat ook weer.

Ook m’n schoonouders houden van carnaval. ‘T zal ons allemaal wel in de genen zijn doorgegeven. Daar gaat de familie en masse naar zijn oma (Bommie) om daar te logeren, samen te eten en vanuit het huis de stad in de lopen. Hoe anders carnaval in Brabant en Limburg ook mogen zijn, zijn beide de mooiste dagen van het jaar. In de kroeg of buiten op straat, allemaal één groot feest.

Nou kunnen we natuurlijk zeuren dat carnaval niet meer zal zijn wat het nu is, maar o wat krijgen we er veel voor terug. Het eerste kieltje, met een kleintje in rood-geel-wit, of rood-geel-groen op je schouders naar de intocht of naar ’t mooswief kijken, ’t jeugdzeveren en na al die jaren niet meer de enige zijn die geen genoeg kan krijgen van serpentine en confetti. Anders zal het zeker worden, maar gelukkig is anders niet altijd minder leuk. Een brakke luier nemen we maar voor lief, kleine kinderen worden ook vast weer groot en ook tegen die tijd smaakt bier hopelijk ook nog steeds zo goed met een dweilorkest tetterend in je oren.