Afgelopen week was het even stil. Als een soort van staartje van een eerder voorgenomen Canada traject was er een fertiliteitsonderzoek gepland via de huisarts. Wel handig dachten we, want ook al hopen we nu alles binnen de landsgrenzen te kunnen regelen, is het wel fijn om te weten hoe alles er ervoor staat. Met die luchtige gedachten stond ik dan ook in de vroege ochtend bij het ziekenhuis in een rij met andere mannen die net als ik hun potje onder hun jas hadden verborgen.
Voor mij natuurlijk op de eerste plaats om het op temperatuur te houden, maar misschien ook een beetje om de oudere vrouw achter mij in bescherming te nemen. Als je in alle vroegte in de rij komt staan voor de trombosedienst, verwacht je niet 10 minuten te moeten staren naar mijn geplastificeerde bijdrage aan onze kinderwens.
Een kleine 24 uur later kwam de uitslag een nog kleinere 30 minuten eerder dan verwacht, waardoor de huisarts en ik elkaar net misliepen. En met een gesloten huisartsenpraktijk en het weekend voor de boeg, won de nieuwsgierigheid het van het geduld en deed ik precies wat ik als zorgverlener elke patiënt die ik spreek zo sterk af raad. Ik keek zonder de arts te hebben gesproken zelf naar de uitslagen. En met google als mijn beste vriend (wat ik wederom elke patiënt af raad) ben ik in zak en as het weekend in gerold.
De uitslagen zoals ik ze kon zien waren toch echt een stuk slechter dan verwacht. Op mijn leeftijd verwacht je zelfs niet te lang naar iemand mag kijken, omdat ze anders zwanger zou kunnen raken. Maar niets was minder waar. Van alles wat eventueel tegen zou zitten, had ik niet verwacht dat ik mijzelf ook in de weg kon zitten. Hoogverraad door mijn eigen lichaam.
Om die verraders flink aan te pakken, hebben we de rest van het weekend er een “helemaal naar m’n klote” weekend van gemaakt, vol vet eten, drank en stomen in de sauna. Hoe fijn het ook was om je gedachten even te verzetten, blijft het toch in je hoofd spelen. Het knagende gevoel dat je niet in staat bent om te doen wat je zelf het allerliefste in de wereld wil. In één van de vele podcast die ik dit weekend er over verslond benoemde ze het ook als een vorm van rouw.
De meeste mensen denken bij rouw gelijk aan het verlies van iemand dierbaars, maar het kan zoals in dit geval ook zeker gaan om het verlies van iets. Verlies van het toekomstbeeld wat je had voor jezelf en het wennen aan het feit dat het allemaal toch even anders gaat. Heel kort schoot het door mijn hoofd dat we nu naast een draagmoeder, en een eiceldonor ook nog een zaaddonor zouden moeten zoeken. Gelukkig heb ik een man die lichtelijk gepasseerd wel aangaf dat als ik niemand kon vinden, hij wel de vader van ons kind wilde zijn. Oeps…
Nu bijna weer een week later is het allemaal een stuk makkelijker om over te praten. Vooral met het besef dat 1 op de 8 stellen problemen op dit vlak ondervindt en het alleen maar goed is om hier open over te zijn. Na een korte preek over mijn googlegedrag door de huisarts, heeft ze samen met mij voor de komende maanden een plan opgezet om te kijken of we misschien nog dingen kunnen verbeteren. Voor nu gooien we daar even onze hoop op. Dat dit probleem met mijn klote, een minder klote probleem wordt.
Veel liefde voor jullie!
LikeLike