Weekend

Het is weer maandag. Voor sommige mensen is het vandaag wereld parkinson-dag of het start van de week van de overgang, maar voor ons is het vooral weer de dag dat het weekend voorbij is. Afgelopen weekend was ik voor het eerst weer eens in de kroeg. Het was wel weer even wennen om zo veel mensen tegelijk te zien en vooral ook om nieuwe mensen te spreken. Wat ook even wennen was, was dat vreemden ook vroegen waarom we dan kinderen wilden. Niet omdat ik de kroeg rond bazuinden dat we bezig zijn, zo erg ben ik nog net niet. Nee, dat was de plotse taak van de vriend met wie ik mee was. Klassiek gevalletje van “waar je mee om gaat raak je mee besmet”. Hij vond het erg belangrijk dat iedereen het wist.

De mensen die ons al langer kennen weten dat we graag een gezin willen starten. Omdat ze ons al zo vaak in de weer zien met kinderen is de vraag “Waarom?” eigenlijk nooit echt opgekomen. Daar aan de bar met harde muziek en dansende mensen was dat begrijpelijk wat minder duidelijk. Gelukkig is het voor ons al een hele tijd erg duidelijk waarom, dus was het ook makkelijk om zelfs wat wild vreemden enthousiast te krijgen.

Wanneer Chris en ik mogen oppassen, op verjaardagen of gewoon bij familie met kinderen zijn voelen we ons het gelukkigst. Nou is je eigen geluk misschien niet de beste reden om een kind te willen, maar het gaat hier dan ook niet per se over ons geluk. Het geluk zit ‘m vooral in het enthousiasme dat er is als we binnen komen, in het blij zijn dat ze mogen blijven logeren, maar ook het kunnen troosten als eigenlijk niets meer goed is en het misschien toch wel moe genoeg zijn om te slapen als een van ons er bij komt liggen.

Voor mij is daarom het weekend al een hele tijd niet meer uitgaan en uitslapen. Elke zaterdag sta ik om acht uur naast mijn bed om te kunnen ontbijten met de hele familie. Dat betekend lekker aan tafel zitten en horen hoe de week op school was voor de een, hoe de voetbal wedstrijd was voor de ander en knuffelen met een kleine lachebek die voor nu nog niet heel veel heeft te vertellen. Ik kijk zelfs nu op de maandag al weer uit naar de 1000ste vraag van mijn nichtje of Dodo heeft gepoept. Wat gelukkig altijd met ja wordt beantwoord en elke keer weer beantwoord wordt met een lachende “Ieuw”, voordat ze het daarna weer aan iedereen doorverteld alsof het, het belangrijkste nieuws van de week was.

Chris kan ik ook steeds zien genieten van de kinderen om hem heen. Ook al is hij er in het weekend niet altijd bij, wordt er wel steevast door alle kleintjes gevraagd of ie “echt nu al weer moet werken” en of ze mogen logeren als ie dan binnenkort wel weer vrij is. Voor Sebas is dat logeren altijd te lang wachten, dus moet er minimaal één keer per week geface-timed worden, zodat ie nog even alles ook aan hem kan vertellen en laten zien.

Waarom we kinderen willen? Omdat alle dingen die zij zo leuk vinden, wij nog leuker vinden om met hen te doen. Omdat we hopen ooit zelf een klein hummeltje te mogen verwelkomen die we elke dag mogen zien opgroeien, die zich veilig genoeg voelt om alles te vertellen, die we zo veel mogelijk kunnen geven om zo fijn en liefdevol te mogen opgroeien. Tot die tijd hebben we altijd nog het weekend. Nog maar vijf nachtjes slapen.

Informatie middag

Waar we het twee weken geleden nog hadden over blijven zitten, hadden we afgelopen weekend als het ware de introductie dag van ons nieuwe jaar. De organisatie zwanger voor een ander had een informatie middag over draagmoederschap. De afgelopen jaren hebben we soortgelijke informatie bijeenkomsten bijgewoond van meer dan gewenst. Door corona was alles tot nu toe digitaal, maar deze keer mochten we eindelijk weer eens samen komen in Utrecht.

Onderweg naar Utrecht kwamen we voorbij twee ooievaren die midden op de aanwijzingsborden hun nest aan het bouwen waren. Nou zijn we geen van beide grote gelovigen in het boven natuurlijke zoals tarot kaarten en voortekenen, maar dit was toch ergens wel iets wat onze aandacht trok. De ooievaar die normaal de kleine hummeltjes komt afgeven, probeerde nu z’n nest bouwde op een heel bijzonder plekje. Op z’n minst konden we ons inleven in de dappere poging die ze deden.

Bij mensen die blijven zitten heb ik altijd een beeld in mijn hoofd van onderuit gezakte studenten die geeneens de tijd nemen om hun jas uit te trekken omdat ze eigenlijk niets geven om wat er verteld wordt. Wij zelf zaten er echter meer bij als het lievelingetje van de juf. We hadden deze keer geen kladblok in de hand, maar er zijn menig aantekening gemaakt in de notitie apps van onze telefoons.

Bij de sprekers van deze keer zaten twee mannen die spraken over hoe ze hun kinderwens in vervulling hadden zien gaan. De een via laag-technologisch (potje, spuitje, benen omhoog) en de ander hoog-technologisch via een agency in Canada (vliegtuig, ziekenhuis, rietjes). Hoe alles in z’n werk gaat wisten we al door eerdere bijeenkomsten dus de plastische verhalen konden ons niet meer doen afschrikken.

Het fijne aan dit soort bijeenkomsten en verhalen is dat je hoort hoe het voor anderen was om het hele proces door te lopen, waar je zelf nu midden in staat. De ervaringsverhalen met de ups en de downs en wat je kan verwachten zijn keer op keer fijn om te horen en zeker herkenbaar. Ook verhalen van draagmoeders en zeker de kinderen van draagmoeders waren ook deze keer ook erg waardevol. Als je hoort hoe het “van de andere kant” wordt ervaren gaan je ogen ook elke keer weer open voor dingen die je anders misschien zou vergeten als je ooit op het punt komt dat je iemand ontmoet.

Een geslaagde introductie dag zullen we maar zeggen. En naast dat we weer gezellig hebben kunnen bijkletsen met bekende en nieuwe wensouders over hun ervaring van afgelopen tijd, hadden we nog meer dan genoeg stof om over verder te praten in de auto rit naar huis. Een van de weinige stille momentjes viel toen we weer langs het gek geplaatste nest reden. Even omkijken of alles nog wel goed ging.

En gelukkig zaten ze er nog allebei. Ieder even uitrustend op een lantaarnpaal in de buurt. Vast trots kijkend naar het hard geleverde werk om een nest te bouwen op een bijzonder plekje.

Vredig

De afgelopen week hadden we een afleiding van onze kinderwens; mijn opa overleed. Op 95 jarige leeftijd, na een heel kort ziektebed en in het bijzijn van zijn kinderen, een beter afscheid had hij niet kunnen wensen.

En een betere rouwperiode had mijn familie tot dusver ook niet kunnen wensen. Hoewel een overlijden natuurlijk altijd droevig is zien we ook de rust en vrede die opa had met het hemelen, en dat het beter was voor hem. We laten alleen weinig tranen, en als we die laten zijn er altijd wel broers/zussen/kinderen bij die een schouder kunnen bieden. Het is iets wat we als familie samen doen, ook weer iets waar we allen alleen maar vrede in kunnen vinden.

Met z’n allen op zoek naar een mooie foto voor de dienst vloog een foto voorbij met opa en de kinderen van m’n nichtje. Even maakt het gemis plaats voor jaloezie. Een kort moment vond ik het erger dat hij is gegaan zonder dat ik en Sander hem aan een achterkleinkind konden voorstellen. Dat hij nog niet had mogen gaan, dáárom. Heel egoïstisch van me, en gelukkig was het ook maar een heel kort moment. Hoewel die gevoelens geen plek hebben in het hele proces zijn ze natuurlijk wel logisch. Ons kind bestaat nog niet eens en we houden er nu al zoveel van, natuurlijk hadden we dat ook met mn opa willen delen.

Gelukkig hebben we een foto kunnen vinden waar we geen van allen steken van jaloezie kregen dus komt het goed met de dienst. En opa geloofde heilig in de hemel, dus nu hij daar is kan ie in de toekomst naar beneden kijken en vast genieten van z’n achterkleinkind, laten we ook maar vrede vinden in dat idee.

Blijven zitten

De laatste tijd zijn er steeds meer stellen om ons heen die een draagmoeder hebben gevonden. Sommige ver weg in Canada of Amerika, anderen wat dichter bij huis. Als je zelf dan nog zo druk bezig bent met zoeken zoals wij voelt het soms alsof je bent blijven zitten terwijl de rest wel geslaagd is. Gelukkig loopt er naast onze zoektocht naar een draagmoeder nog een andere zoektocht die soms even die nodige afleiding geeft. Het plannen van een bruiloft.

Sinds afgelopen zomer zijn we af en aan druk bezig met het plannen. Net als iedereen die door corona afgelopen jaar niet het feest konden vieren zoals ze wilde, moesten we als eerste op zoek naar een locatie. Check. Ik zeg check omdat we (lees ik) een enorme lijst aan regel dingen hebben die afgevinkt moeten worden. Ik vindt het heerlijk als alles overzichtelijk in lijstjes en tabelletjes staat en Chris houd er van als ik het zo overzichtelijk houd dat hij niet elke 5 seconde hoeft mee te kijken naar pakken, bloemen, BABS’n en het feit dat het op het woord baby lijkt….. Maar terug naar de bruiloft.

Omdat ik het graag zo georganiseerd en gestroomlijnd mogelijk houdt komt het nu vooral op pakken, ringen en uitnodigingen aan. Pakken deels check, ringen soort van check, uitnodigingen verre van check. De meningen zijn nogal verdeeld over hoe het eruit komt te zien en wat er op komt te staan. Ergens ook wel handig want een verschil in mening zorgt voor extra lange afleiding. Voor het geboorte kaartje is er nu al minder discussie, die zou in principe al met een jongens en meisjes naam naar de drukker kunnen….. Maar wederom terug naar de bruiloft.

Het is fijn om nu al die maanden van tevoren alvast alles zo goed als vast te hebben staan. Voor een stel verloofden die graag precies weten wat ze moeten doen en waar ze aan toe zijn is het ook wel een must. Klein minpuntje is dat er daardoor iets minder afleiding over blijft voor momenten zoals dit. Bij het denken aan een pak gaat je gedachten toch snel weer naar de te schattige kinderkleding van de HEMA en ja bij het zoeken van een fotograaf, bleven we toch ook wel iets te lang hangen bij het tabje geboorte en gezinsfotografie.

Tja wie met z’n gedachten niet totaal bij de les is, blijft zitten. Maar wat is nog een jaartje als het ook het jaar is dat we elkaar het ja-woord mogen geven en het allemaal mogen vieren met vrienden en familie. Het huiswerk voor het komende jaar is alvast gedaan, ook dat lijstje is stiekem al grotendeels klaar, nu alleen nog maar wachten tot we mogen beginnen met afvinken. Dit jaar slagen we vast. Wie weet wel cum laude.

En in dat huis daar woont een muis

Afgelopen week waren we vijf jaar samen. Daar waar mensen met kinderen een klein knutselwerkje krijgen, kregen wij van ons kattenkind een muisje. Een levens muisje. Chris en ik hebben elkaar corona gegeven…. Vet romantisch.

Het muisje in kwestie leeft op het moment onder onze bank. Het is het tweede levende muisje wat Dodo mee naar huis heeft genomen. Schijnbaar heeft onze reactie op Muistro (het beestje moest een naam hebben) hem doen denken dat we zo trots waren dat Muissolini het perfecte jubileumcadeau zou zijn. Mijn reactie zal het alvast niet zijn geweest, want ik zit na een halve week nog steeds met opgetrokken benen het grootste gedeelte van de dag op de bank. Hoewel corona daar ook wel z’n rol in zal spelen.

Gelukkig waren er dankzij het supersnelle internet een dag na het intrekken van Muissolini al diervriendelijke muizenvallen in het huis. Ik ben geen fan van onze nieuwe bewoner, maar het zelfde lot als Marie Antoinette wens ik geen enkel levend wezen toe. Heldhaftig als dat ik ben op het gebied van kleine kruipers heb ik geopperd dat als hij gevangen wordt ik ‘m dan wel buiten zet. Als we namelijk ooit op het punt komen dat er een ander soort kleintje door het huis heen kruipt, wil ik niet dit soort irreële angsten aan hem of haar door geven.

Op het gebied van enge films ben ik al wel zo ver dat ik gerust midden in de nacht onder het bed naar monsters durf te zoeken en spinnen durf ik tegenwoordig met een glas en een papiertje weer buiten te zetten. Dus als mijn kinderen niet de gekke angst overnemen dat de voordeur niet goed op slot is gedaan, wordt Muissolini mijn laatste stap richting die stoere papa die nergens bang voor is.

Voor nu kan ik nog even schrikken van het gepiep van onder de bank. Nog niemand aan de horizon die samen met ons een gezin wil gaan starten. Dus misschien laat ik het deze keer nog even bij degene van ons twee zonder muizen angst om te testen of de diervriendelijke val ook echt Sander-vriendelijk genoeg is. Ik grijp mijn kans wel bij Muis Verstappen, Micky Muis of Muislyn Monroe. Tot die tijd houd ik het veilig bij beschuit met muisjes. Die zijn in ieder geval Sander-vriendelijk genoeg.

Klyn Knilliske

‘T is nog maar een paar dagen. Volgende week veranderd Den Bosch eindelijk na een paar jaar wachten weer in Oeteldonk. Eindelijk weer een kwèkfestijn, een intocht, een optocht en weer een kieltje aan. Maar hoe erg m’n rood, wit en gele bloed kruipt waar het niet gaan kan, blijven we dit jaar thuis, veur de buis, mee bei ons bene op de bank. Volgend jaar weer lekker feesten, maar nu nog even geen polonaise aan mijn lijf.

Al ruim 10 jaar vier ik carnaval in Oeteldonk en Chris tikt ook al weer de 5 aan. Het is dan ook niet gek dat we elkaar destijds met carnaval hebben leren kennen (is het trouwens CARnaval of carNAval?). Als je gaat kijken naar de dingen in ons leven die drastisch zouden veranderen na het krijgen van kinderen, komt carnaval toch zeker wel dicht bij een podiumplek. Tot nu is het namelijk altijd een zoete inval geweest van vrienden die het mee willen vieren. En omdat het overgrote gedeelte tegenwoordig boven de rivieren woont, is de herberg vaan van vrijdag tot en met woensdag vol.

Met een klyn Knilisske (of Hendrientje) erbij wordt er waarschijnlijk wat minder aan de tap gehangen. Want een poepluier in de vroege ochtend is zonder kater al niet echt onze favoriete bezigheid. Logeren bij mijn ouders zit er bij mijn ouders niet echt in, want ook die gaan een paar dorpen verderop in d’n Birrekoal graag even van de sfeer proeven, of maken gebruik van de vrije tijd om naar de zon te reizen. En ja nu de kroeg open is, zijn de meeste grenzen dat ook weer.

Ook m’n schoonouders houden van carnaval. ‘T zal ons allemaal wel in de genen zijn doorgegeven. Daar gaat de familie en masse naar zijn oma (Bommie) om daar te logeren, samen te eten en vanuit het huis de stad in de lopen. Hoe anders carnaval in Brabant en Limburg ook mogen zijn, zijn beide de mooiste dagen van het jaar. In de kroeg of buiten op straat, allemaal één groot feest.

Nou kunnen we natuurlijk zeuren dat carnaval niet meer zal zijn wat het nu is, maar o wat krijgen we er veel voor terug. Het eerste kieltje, met een kleintje in rood-geel-wit, of rood-geel-groen op je schouders naar de intocht of naar ’t mooswief kijken, ’t jeugdzeveren en na al die jaren niet meer de enige zijn die geen genoeg kan krijgen van serpentine en confetti. Anders zal het zeker worden, maar gelukkig is anders niet altijd minder leuk. Een brakke luier nemen we maar voor lief, kleine kinderen worden ook vast weer groot en ook tegen die tijd smaakt bier hopelijk ook nog steeds zo goed met een dweilorkest tetterend in je oren.

Geef pizza

Grotendeels van de tijd is het hebben van onze kinderwens en alles er om heen ontiegelijk leuk en fijn. Onze omgeving leeft met ons mee, we leren een gemeenschap vol mooie mensen kennen, we mogen interviews geven en afnemen en noem maar op. Het is zoveel meer dan wat we dachten te vinden toen we begonnen met het openbaren van onze wens, en we zijn echt ontiegelijk dankbaar voor alles en iedereen op ons pad. Daarom willen we het allemaal leuk en positief houden, de mooie verhalen de wereld in gooien en ons als geschikte ouders presenteren. Maar zelfs de meeste perfecte ouders zijn ook maar mensen, en dat betekent dat het soms gewoon even allemaal ruk is.

Soms lijkt het alsof 4 van de 5 gesprekken over onze wens gaan. Soms voelt het alsof we nooit iemand gaan vinden die zo geweldig is dat ze ons kind wilt dragen. Soms raken de liefste vragen juist het pijnlijkste puntje. Soms heeft het even geen zin meer en doen we het voor een egoïstisch verlangen, en soms voelt het alsof we de zieligste mensen ter wereld zijn.

En dat hoort er natuurlijk allemaal bij, niet alleen bij onze wens, of specifiek deze wens, nee. Als je iets zo erg verlangt en er zoveel voor probeert te doen, maakt niet uit wat, zit er altijd dat botte randje aan. Voor mij, voor Sander, voor iedereen. Op dat soort momenten wil je het liefst zeggen ‘Doe nou gewoon niet, voor één keer gewoon even stil zijn. Als je iets wil weten, bedenk hoe jij je zo voelen in deze positie en sla je arm gewoon om me heen’.

Zoiets zeggen we natuurlijk niet, zijn we te beleefd voor en ook oprecht te dankbaar voor het feit dat iemand anders dan wij er mee bezig is. Maar soms wil je er gewoon even niet over praten. Het gewoon laten zijn, met een arm om je heen en een pizza voor je neus (als je zielig bent mag je pizza, dat is hier logischerwijs een huisregel ).

Het stomme is dat dit dus een hele blog is over een dingetje wat eigenlijk zo ontiegelijk klein en niet frequent is. Veel vaker dan niet zijn we gewoon blij met de vragen en aandacht, en moeten jullie ons afremmen met er over te praten. Want echt, nogmaals, in dit hele traject hebben we eigenlijk alleen maar leuke en mooie mensen ontmoet met oprechte interesse en hopen we dat, mochten we ooit een draagmoeder vinden, jullie allemaal ook dan nog vragen blijven stellen en met ons mee willen genieten van alles dat gebeurd. Ook op de slechte dagen! Dus eigenlijk is deze blog gewoon een uitnodiging met een boodschap; bedankt voor al jullie interesse, ga zo door, geef pizza.

Contact

Afgelopen week waren we te gast bij de Brabantse Potcast. Zoals de naam al doet vermoeden een podcast gerund door twee gezellige Brabantse potten. De aflevering kwam gelukkig op velen net zo leuk over, als dat het voor ons was om op te nemen. Het is in deze tijd erg fijn om op die manier weer eens je verhaal de wereld in te kunnen zenden. Door corona vindt het meeste contact de afgelopen tijd online plaats. Sinds een aantal maanden zijn we daardoor fervent blogger, eendagsvlieg-vlogger, instagrammer en podcast-gast geworden. Als het vaderschap ons echt niet gegund is, kunnen we altijd nog een poging doen tot influencer.

Nu de horeca weer open is kunnen we gelukkig wel weer eens gezellig met vrienden afspreken en hier en daar nieuwe mensen leren kennen. Wees niet bang, we schuiven heus niet bij “elk” tafeltje aan met de vraag of iemand ons wil helpen een gezin te starten. Dat stukje decorum zijn we in alle lockdowns gelukkig nog niet verloren. Toch voert het in veel gesprekken tegenwoordig de boventoon. Deels omdat veel mensen tegenwoordig weten dat we op zoek zijn, maar ook grotendeels omdat de mond overloopt waar het hart van vol is.

De stille hoop is er daarom ook dat met de verdere versoepelingen er ook weer wat meer mag met zicht op bijeenkomsten. Zodat bijeenkomsten zoals de draagmoeder picknicks van zwanger voor een ander die afgelopen week helaas toch niet door kon gaan. Even weer bijpraten met de mensen die net als wij de afgelopen maanden niet stil hebben gezeten met hun eigen zoektocht en eigen wens. Bijkletsen over koetjes, kalfjes en kinderwensen.

Hoe snel en handig de digitale wereld ook is, gaat er niets boven iemand in het echt zien als ze vol enthousiasme kunnen vertellen over hoe ze weer een stapje verder zijn of wat ze allemaal voor nieuws hebben geleerd (en wat wij daar weer van kunnen leren). Eindelijk weer echt contact. Face-to-Face, maar tot die tijd scherm-tot-scherm en via een contact formulier contact met de rest van de wereld.

Voor wie de podcast nog wil terug luisteren, kan hier klikken.

De echte vader

Afgelopen week kwam er in de NRC een artikel van Eke Krijnen in de NRC over de vraag die ze kreeg over haar rol als niet biologische moeder. Ze wilde weten hoe zij dat zou compenseren. Haar vrouw zou het kind dragen en een vriend van hen was de vader. Omstanders hebben soms het idee dat je als niet biologische moeder of vader meer je best zal moeten doen om toch echt de ouder te zijn.

De vraag wie de biologische ouder wordt is bij ons in het begin ook redelijk vaak de revue gepasseerd. Op een gegeven moment zijn we tot de realisatie gekomen dat we van elkaar houden, dus dat we ook zeker net zo veel van een mini-versie van de ander zullen houden. Maar na het lezen van het artikel van Eke kwam er toch een klein stemmetje achter in mijn hoofd “Maar houd die mini-Chris dan straks ook wel net zo veel van jou?”.

Omdat we nog niet eens op het punt zijn dat er een draagmoeder in zicht is, is dit natuurlijk nogal koffiedik kijken. Vooral ook omdat de kans net zo groot is dat er uiteindelijk een mini-Sander komt. Het fijne aan het digitale tijdperk is dat je vanaf de bank met gemak een boel stellen kan bereiken die wel al op dat punt zijn beland. En met hetzelfde gemak werd ik binnen een uur al door meerdere mannen op mijn gemak gesteld dat ik mij nergens zorgen over hoef te maken.

Geen van allen had ook maar één moment gehad waarbij “de echte” vader meer liefde kreeg dan de andere. Natuurlijk trekken kinderen de ene periode meer naar de één dan naar de ander, maar zolang er liefde werd gegeven, werd er ook net zo veel, vaak meer liefde ontvangen. Je bent allebei de leukste en allebei “de echte” papa. Je mag voor het slapen allebei het laatste verhaaltje voorlezen, en als ze een paar uur later wakker worden met een nachtmerrie zal je er allebei net zo dapper uit moeten om onder het bed te zoeken naar monsters.

De grootste geruststelling in het geheel kwam uiteindelijk van Chris. Als het kind ook maar iets van één van ons beide genen meekrijgt, zou er nooit twijfel moeten zijn of ze gek zullen zijn op ons allebei. Want zelfs op de saaiste dagen is er bij ons geen enkele twijfel dat het toch leuk is omdat we samen zijn.

Het artikel van Eke Krijnen is hier te lezen.

Blue monday

Daar is ie dan. De dag dat je wist dat zou komen is eindelijk hier. Blue Monday. Het is zo’n feestdag die wij het liefst, net als andere speciale dagen zoals dag van de slang en international pancake day (want bah, pannenkoeken) aan ons voorbij laten gaan. Vandaag moet een grijze, sombere dag zijn, waarbij we wereldwijd ontwaken uit de roes van de feestdagen en kei hard terug in de realiteit worden gegooid. Echt een “feest” dag dus.

Als wensouders kunnen we volmondig zeggen dat we maandelijks, soms wekelijks wel tegen iets aan lopen. De Nederlandse wetgeving rondom draagmoederschap, het onbegrip vanuit sommige religieuze hoeken en vooral het niet verder komen. Veel van de andere mannen die net als wij in het zelfde schuitje zitten geven het zelfde aan. Wachten is vervelend, maar vooruit willen maar niet kunnen is gewoon ronduit kut.

Voor ons persoonlijk is dat stukje “kut” vooral het niemand kunnen vinden die je verder kan helpen met het starten van je gezin. Als twee mannen kun je als nog zo veel van elkaar houden als menselijk mogelijk is maar kom je niet verder zonder een vrouw die je wil helpen. En als je dan weer eens op instagram baby filmpjes en gelukkige regenboog gezinnen voorbij ziet komen begin je toch wel eens te twijfelen of je niet iets verkeerd doet. Zien wij iets over het hoofd wat er voor deze mensen wel toe heeft geleid dat het hen wel is gelukt?

Het fijne aan het digitale tijdperk is dat je behalve enkel te kijken naar groene gras bij de buren, je ook het gazonnetje op kunt stappen en kan vragen welke kunstmest zij gebruiken en hoe zij hun “tuinvrouw” hebben gevonden. Hierdoor hebben wij in ieder geval geleerd dat aan het perfecte plaatje van twee papa’s, een hondje en een kind ook heel veel zoeken, vloeken, wachten en nog meer wachten bij hen aan vooraf is gegaan. Wachten, vloeken en zoeken wat we gelukkig samen kunnen doen. Met elkaar, en samen met heel veel andere stellen die precies weten waar je door heen gaat en waar ze je mee kunnen helpen.

Het einde van deze Blue Monday laat gelukkig niet al te lang op zich wachten. Dinsdag staat al weer startklaar en gelukkig hoeven we nog maar vier nachtjes slapen en dan is het internationale knuffeldag. Ik kan nu al niet wachten.