Het is weer maandag. Voor sommige mensen is het vandaag wereld parkinson-dag of het start van de week van de overgang, maar voor ons is het vooral weer de dag dat het weekend voorbij is. Afgelopen weekend was ik voor het eerst weer eens in de kroeg. Het was wel weer even wennen om zo veel mensen tegelijk te zien en vooral ook om nieuwe mensen te spreken. Wat ook even wennen was, was dat vreemden ook vroegen waarom we dan kinderen wilden. Niet omdat ik de kroeg rond bazuinden dat we bezig zijn, zo erg ben ik nog net niet. Nee, dat was de plotse taak van de vriend met wie ik mee was. Klassiek gevalletje van “waar je mee om gaat raak je mee besmet”. Hij vond het erg belangrijk dat iedereen het wist.
De mensen die ons al langer kennen weten dat we graag een gezin willen starten. Omdat ze ons al zo vaak in de weer zien met kinderen is de vraag “Waarom?” eigenlijk nooit echt opgekomen. Daar aan de bar met harde muziek en dansende mensen was dat begrijpelijk wat minder duidelijk. Gelukkig is het voor ons al een hele tijd erg duidelijk waarom, dus was het ook makkelijk om zelfs wat wild vreemden enthousiast te krijgen.
Wanneer Chris en ik mogen oppassen, op verjaardagen of gewoon bij familie met kinderen zijn voelen we ons het gelukkigst. Nou is je eigen geluk misschien niet de beste reden om een kind te willen, maar het gaat hier dan ook niet per se over ons geluk. Het geluk zit ‘m vooral in het enthousiasme dat er is als we binnen komen, in het blij zijn dat ze mogen blijven logeren, maar ook het kunnen troosten als eigenlijk niets meer goed is en het misschien toch wel moe genoeg zijn om te slapen als een van ons er bij komt liggen.
Voor mij is daarom het weekend al een hele tijd niet meer uitgaan en uitslapen. Elke zaterdag sta ik om acht uur naast mijn bed om te kunnen ontbijten met de hele familie. Dat betekend lekker aan tafel zitten en horen hoe de week op school was voor de een, hoe de voetbal wedstrijd was voor de ander en knuffelen met een kleine lachebek die voor nu nog niet heel veel heeft te vertellen. Ik kijk zelfs nu op de maandag al weer uit naar de 1000ste vraag van mijn nichtje of Dodo heeft gepoept. Wat gelukkig altijd met ja wordt beantwoord en elke keer weer beantwoord wordt met een lachende “Ieuw”, voordat ze het daarna weer aan iedereen doorverteld alsof het, het belangrijkste nieuws van de week was.
Chris kan ik ook steeds zien genieten van de kinderen om hem heen. Ook al is hij er in het weekend niet altijd bij, wordt er wel steevast door alle kleintjes gevraagd of ie “echt nu al weer moet werken” en of ze mogen logeren als ie dan binnenkort wel weer vrij is. Voor Sebas is dat logeren altijd te lang wachten, dus moet er minimaal één keer per week geface-timed worden, zodat ie nog even alles ook aan hem kan vertellen en laten zien.
Waarom we kinderen willen? Omdat alle dingen die zij zo leuk vinden, wij nog leuker vinden om met hen te doen. Omdat we hopen ooit zelf een klein hummeltje te mogen verwelkomen die we elke dag mogen zien opgroeien, die zich veilig genoeg voelt om alles te vertellen, die we zo veel mogelijk kunnen geven om zo fijn en liefdevol te mogen opgroeien. Tot die tijd hebben we altijd nog het weekend. Nog maar vijf nachtjes slapen.