‘T is nog maar een paar dagen. Volgende week veranderd Den Bosch eindelijk na een paar jaar wachten weer in Oeteldonk. Eindelijk weer een kwèkfestijn, een intocht, een optocht en weer een kieltje aan. Maar hoe erg m’n rood, wit en gele bloed kruipt waar het niet gaan kan, blijven we dit jaar thuis, veur de buis, mee bei ons bene op de bank. Volgend jaar weer lekker feesten, maar nu nog even geen polonaise aan mijn lijf.
Al ruim 10 jaar vier ik carnaval in Oeteldonk en Chris tikt ook al weer de 5 aan. Het is dan ook niet gek dat we elkaar destijds met carnaval hebben leren kennen (is het trouwens CARnaval of carNAval?). Als je gaat kijken naar de dingen in ons leven die drastisch zouden veranderen na het krijgen van kinderen, komt carnaval toch zeker wel dicht bij een podiumplek. Tot nu is het namelijk altijd een zoete inval geweest van vrienden die het mee willen vieren. En omdat het overgrote gedeelte tegenwoordig boven de rivieren woont, is de herberg vaan van vrijdag tot en met woensdag vol.
Met een klyn Knilisske (of Hendrientje) erbij wordt er waarschijnlijk wat minder aan de tap gehangen. Want een poepluier in de vroege ochtend is zonder kater al niet echt onze favoriete bezigheid. Logeren bij mijn ouders zit er bij mijn ouders niet echt in, want ook die gaan een paar dorpen verderop in d’n Birrekoal graag even van de sfeer proeven, of maken gebruik van de vrije tijd om naar de zon te reizen. En ja nu de kroeg open is, zijn de meeste grenzen dat ook weer.
Ook m’n schoonouders houden van carnaval. ‘T zal ons allemaal wel in de genen zijn doorgegeven. Daar gaat de familie en masse naar zijn oma (Bommie) om daar te logeren, samen te eten en vanuit het huis de stad in de lopen. Hoe anders carnaval in Brabant en Limburg ook mogen zijn, zijn beide de mooiste dagen van het jaar. In de kroeg of buiten op straat, allemaal één groot feest.
Nou kunnen we natuurlijk zeuren dat carnaval niet meer zal zijn wat het nu is, maar o wat krijgen we er veel voor terug. Het eerste kieltje, met een kleintje in rood-geel-wit, of rood-geel-groen op je schouders naar de intocht of naar ’t mooswief kijken, ’t jeugdzeveren en na al die jaren niet meer de enige zijn die geen genoeg kan krijgen van serpentine en confetti. Anders zal het zeker worden, maar gelukkig is anders niet altijd minder leuk. Een brakke luier nemen we maar voor lief, kleine kinderen worden ook vast weer groot en ook tegen die tijd smaakt bier hopelijk ook nog steeds zo goed met een dweilorkest tetterend in je oren.